missive 45

                                                                                     23 mei 2012

 

Een sombere nachthemel met grauwe en donkerbruine wolkenflarden. In de baaierd, achter een bank, licht de weerschijn op van een afgeschermd maantje. Af en toe flakkert de horizon  - zulke nachten had je in Kaimana, als het niet stortregende.

Een bericht van Maarten Dorenhof kwam binnen:   

uw grootvader Hugo Brouwer von Gonzenbach. Een blanke man schrijft u in missive 32. Maar dat verbaast mij een beetje, omdat zijn grootvader, Arnoldus Fredericus Brouwer, wel degelijk Indonesisch bloed had, via zijn overgrootmoeder Johanna Esperança Sievers, die half Javaans was. Maar goed, misschien was het al te verdund? Ik ben van een andere Brouwer tak. Van een halfbroer van de vader van Hugo, verwekt uit een pre-Von Gonzenbach Javaanse dame.

 Indischer kan het haast niet. Je reinste Stille Kracht. Geloven we de heer Dorenhof? Had juist degene die neerzag op inlanders zelf een Javaanse betovergrootmoeder? Als opa Hugo (6,25%) te lang, te verbeten de spot dreef met Soekarno en al wat inlands was, reageerde oma Saar (½) met: Wie spot, gaat met spot naar bed. Waarschijnlijk zei ze het anderen na. Ik hoor haar lieve stem nog in gedachten.

Zelf hebben ik en mijn huis geen vooroordelen in deze. De Javaanse meisjes in mijn voorgeslacht waren vast niet de lelijkste. De aantrekkelijke schoonheid van de Aziatische, Afrikaanse en Amerikaanse mens maakt op hen neerzien absurd. De mooie, vreemde trekt aan, tempert wrevel, wekt verlangens; zelfs kolonialen gingen haar ontzien. Deze nacht is drukkend... haast tropisch.

 

In antwoord op mijn brief – missive 40 – antwoordt de Hoge Raad hoffelijk dat hij helaas moet volstaan met kennisname ingevolge artikel 111, tweede lid, onder d van de Wet op de Rechterlijke Organisatie. Alleen op vordering van de procureur – generaal kan de Hoge Raad zich over klachten over rechters buigen. Zelfstandig onderzoek  is uitgesloten. Dat is juist. Het probleem is dat Jan Watse Fokkens, zijn procureur - generaal, geen trek en geen rechercheurs heeft. Zijn Haagse collega’s hebben die mogelijkheden wel en kennen de klachten. Maar die hebben al genoeg te stellen met het ongemerkt laten verjaren van de vervolging van Westenberg, Kalbfleisch en anderen – ces pauvres hommes!  

 

Verder bevatte een reactie van drs. A.C., secretaris van de golfclub (missive 42), bijval als voor- en verwijt als hoofdgerecht. Deels terecht, want ik wist niet dat rechters en bestuursbobo’s ook golfers zijn. Ik dacht dat vooral aannemers, bedrijfsmakelaars, notarissen, beurshandelaren en verzekeraars lid werden. En verdorie, jij ook, et tu, Quinte! Ik bedoelde niet dat de golfclubs crimineel zijn, ik heb de leden niet verdacht willen maken, laat staan beledigen. Als mijn vergelijking die indruk wekte, bied ik daarvoor mijn excuses aan.

 

De bijval moet ik afwijzen. Ja, een staat waar men zijn recht alleen kan halen door de rechter te vleien en gunstig te stemmen, is geen verdediging waard. Inderdaad, wat heb je aan een kalief als de dorpskadi op eigen houtje mag uitmaken aan wie hij iets gunt? Maar voorvallen als zich in de rechtszaal ontbloten, schelden, poepen zoals in buurlanden voorkwamen, zijn schandelijk.


Respect voor de rechter in functie blijft onontbeerlijk. Zelfs op zittingen van  Paris (ik heet Pergriee) en Van der Kleij. Niet voor hen zelf, maar uit eerbied voor onze natie, die rechters en zitting heeft voorgeschreven. Maar buiten de procedures? Nederlanders waarderen rechters niet minder, maar zeker niet meer dan officieren, apothekers, linguïsten, geestelijken. En wat, als een rechter zelf onbeschoft optreedt, denk aan rechter Overbeek? Of een aanklager ophitst of brute intimidatie leuk vindt?

 

In 1994 voerde ik voor zakenman T. een kort geding tegen de Nederlandse Antillen. Het ging om een zendvergunning. Op Curaçao bij het gerecht in eerste aanleg blaften ze me af. Voor de 2e  zitting bedreigde een anonieme Haagse beller me. Ik zou op vliegveld Hato gearresteerd worden. Daarna zou ik in de cel met inmates beroerde dagen beleven, voordat ze me per vliegtuig terug naar Schiphol zouden schoppen.

 

Ik belde zekerheidshalve. T. weigerde Curaçaose vervanger. Als 1 van 40 Van der Valktoeristen kwam ik in korte broek en fleurig shirt aan bij het hotel naast het Fort (Onder de Wolkenwals). Op de griffie keken ze wel op; de landsadvocaat belde woedend de gezaghebber (burgemeester).

 

Op de zittingsdag kwam ik in toga met T. door de gang gelopen. Voor de deur van de zaal grepen twee bodybuilders in politie - uniform mij bij de schouder en drukten me tegen de muur. ”Kiko bo ke¿ òf meteen gearresteerd en weg gebracht worden¿ of sera smul en zitting bijwonen?”

Ik bleef kijken naar de knuisten, tot ze mijn schouders los lieten – marikunan! T. vroeg: "Pa kiko?" Antwoord: "Trabao, buitenlander werkt zonder vergunning!" Ik riep: "Dus de Hoge Raad is een buitenlandse instantie?" T. riep boos: "Mijn advocaat moet erbij blijven! Ik ga zelf pleitnota voorlezen. Ik protesteer bij die rechter! Stellen jullie bij de 2e zitting voor, alsof ik illegaal cassatie - advocaat laat werken?!" De gorilla’s knikten.

 

Dus zag rechter De Witte de advocaat in toga binnengeleid worden tussen twee agenten in uniform. Toen ik op de voorste rij tussen de bewakers zat, riep een: “Un palabra en wij droppen jou in Koraal Specht!” De landsadvocaat lachte. De Nederlandse rechter grijnsde mee.

Natuurlijk was T. niet opgewassen tegen de sluwe vragen van rechter en landsadvocaat. “Die rechter,"zei cliënt later,”deed net alsof mijn advocaat niet de mond was gesnoerd. Die cobarde vond het goeie mop!” In het vonnis kreeg het Land in alles gelijk (NJ Antillenzaak art.10 EVRM) en bleef het protest van T. onvermeld - laat dat maar aan zulke collaborateurs over.


Een week later besloten we op kantoor in zulke gevallen met korte uitleg te vertrekken. Onze familierecht - advocaat voegde diezelfde week nog de daad bij dat woord.

 

Drs. C. die mij graag populairder ziet, hoopt op meer hekeldichten (!), maar neen, mijn huidige voorraad heeft meer hatelijkheid dan literaire kwaliteit. Vanwege de tropische thema’s daarom drie pantoens (niet letterlijk: schalen met koper ketting- wijzer ervan stuk- avond deze geen geluk – afspraak is er maar niet komen.)   

 

                                                 Pantoens:


Mijn weegschaal is een koperen weger,

met hengsels, maar de wijzer is onklaar.

Op deze avond rust zeker geen zegen,

‘t Afspraakje ja, maar komen, ho maar.

 

Al in Teluk Betung, in Birma geweest,

maar Mekka is niet haalbaar voor mij,

Omhelsd heb ik, gezoend heb ik,

Maar hup erin gaan was er niet bij.

 

Als bij vloed het zeewater rijst,

Wil meneer steeds samen baden.

Maar als nood en dood vergrijst,

Wil meneer met mij erdoor waden?

 

De hemel wordt al lichter. Waarom slapeloos? Vanwege de nocturne die Lazlo niet wou kopen. Ik verbeterde de nachtelijke vaart, geboomte, de figuren op het gras. Alleen waren de kleuren te exotisch. Dus was ik zo stom het te glaceren – rampzalig! Het is nu vaal en totaal bedorven. Wat te doen?...

Nee, deze slapeloosheid komt toch niet door dat schilderij. Maar door een plat, voorwerp uit 1932 dat vanmiddag werd gebracht. Een Indisch foto - album.

Het moet niet gekker worden.

                                                                                                             Send.

 

 

 

Copyright © 2012 B. B. Jagt LLD 's-Gravenhage

ISBN 978-90-78457-06-0